
Twee weken geleden op weg naar het Festival der Bestuurskunde. Steek nog snel een exemplaar van Zin! in m’n tas. Weet niet goed waarom. Stap een paar uur later uit de taxi en loop de trap van het Evoluon op. Bovenaan staat Jan Peter Balkenende. Knik hem vriendelijk toe, hij knikt vriendelijk terug… En ik weet waarom ik het boek heb meegenomen.
‘Meneer Balkenende, mag ik u mijn boek aanbieden?’ ‘Natuurlijk’, antwoordt hij enigszins verbaasd. ‘U heeft mij geïnspireerd tot het schrijven van een hoofdstukje. Dat was een paar jaar geleden, toen u sprak over De eeuw van mijn dochter. Kijk, hier*. Alsublieft!’
De premier bekijkt de robot met het grote hart van jacky-o, ziet het citaat ‘What comes from the heart goes to the heart’ en begint aandachtig te lezen. ‘Wat leuk! Ik ga het zometeen in de auto verder lezen, moet nu naar José Barroso.’ Onderaan de trap blauwe zwaailichten en daar komt de EU voorzitter de trap op. Mijn dag kon niet meer stuk!
Vandaag staat Balkenende-IV op de trappen van Huis ten Bosch. En ligt er een brief in de bus:
Den Haag, 20 februari 2007
Geachte heer Meiresonne,
Nogmaals hartelijk dank voor het boek dat u mij op 8 februari jl. in Eindhoven overhandigde. Het is goed dat mensen politici kritisch volgen en hun mening laten horen. In uw geval gebeurt dat bovendien vanuit een gevoel van betrokkenheid, dat waardeer ik.
Ik wens u veel succes met uw werk als trainer, spreker en schrijver.
Met vriendelijke groet,
J.P. Balkenende
Ook deze dag kan niet meer stuk!
*) pag 26 e.v.
Laatst wilde de redactie van een blad meer weten over mijn methode. Ik probeerde te bedenken welke methode ik heb. Maar ik heb geen methode. Dat is mijn methode: geen methode. Methoden… Ik weet dat ze bestaan maar ik kom erachter dat ik er niet in geloof. Zo twintigste eeuws, denk ik dan (een beetje geborneerd).
Weet je, theorieën, systemen, het zal allemaal wel. Volgens mij werkt het niet meer. Veel te cerebraal, het doet steeds een beroep op je hoofd. En dat is nou net het deel van ons dat toch al overbelast is. Wat volgens mij wel werkt is het volgende: oprechte aandacht, werkelijke betrokkenheid. Inlevingsvermogen.
Mijn aanpak is heel persoonlijk, op de individu gericht. Algemeen geldende regels? Vergeet het! Je doet er mensen mee tekort. Wat ik doe noem ik ‘betrokken vervelende vragen stellen’. Heel irritant, en heel indringend. Dat is alles. En het werkt als een trein. Liefdevol confronteren noemen sommigen het. ‘Stralend verschrikkelijke vragen stellen’ noem ik het zelf.
Volgens mij kan en mag je elke vraag stellen als die uit een goed hart komt. En mensen geven nog antwoord ook. Dan blijken ze bovendien zelf heel goed te weten waar de pijn of de crux zit. Zijn ze opgelucht als het hoge woord eruit is, als boven water komt wat ze werkelijk willen.
Het is de kunst om mensen in hun gevoel te raken. Anders gezegd: hen niet in hun hoofd aan te spreken. Daar zit alle weerstand, daar bevinden zich de oordelen en de verwijten – al die dingen die ons leven zo ingewikkeld maken, waar we ruzie door krijgen, en niet doen waar we eigenlijk zin in hebben. Terwijl je in je gevoel heel goed weet wat goed voor je is.
Mensen in hun gevoel raken valt niet in een methode te vatten. Want een methode is per definitie cerebraal en onpersoonlijk. Mijn aanpak is hoogstpersoonlijk en daarmee wil ik juist recht doen aan degene om wie het gaat. Zo simpel? Zo simpel! Leuke vraag van die redactie.