Zingen en springen bij de Arctic Monkeys
Di 29 Mei 2007 - Geplaatst onder: Bewustwording, Inspiratie — Andre
Reacties (0)

‘Hoe oud ben jij?’ schreeuwt de jongen in mijn oor. ‘Eenenvijftig’ roep ik terug. ‘Ik ben drieëntwintig! Jij hebt vast al honderden concerten gezien. HEB JE DIT OOIT MEEGEMAAKT?’ Hij heeft gelijk, dit heb ik nog nooit meegemaakt. Een zaal die van meet af aan op z’n kop staat. Publiek dat alle teksten letterlijk, woord voor woord meezingt. Dat alle gitaarloopjes meezingt (en pret heeft om een rode bh). Bijna iedereen springt, vanaf de eerste accoorden is het feest, zeker voorin.

Met mijn oudste zoon van veertien sta ik op de avond van eerste pinksterdag vooraan bij de Arctic Monkeys. Vier jongens van rond de twintig. Ze spelen in Tivoli in Utrecht om zich op te warmen voor Pinkpop, op tweede pinksterdag. De Arctic Monkeys zijn groot, en ze zijn beroemd. Van hun eerste album verkochten ze in Engeland binnen een week 350.000 stuks. Hun lang verwachte tweede plaat was niet de (vaak) gebruikelijke tegenvaller. Nee, nog beter, strakker, mooier ook. Binnen op nummer 1.

Drijfnat zijn we na een uur. En iedereen om ons heen. Volop plezier, en niet van het bier. Gewoon van recht-op-en-neer dansen. Wat een feest. Het gegil van de meisjes en het gebrul van de jongens overschrijdt de wettelijk toegestane decibellengrenzen waarschijnlijk ver. Overal stralende gezichten van mensen die zich uitleven. Het besef van ‘We maken hier iets heel bijzonders mee en wij zijn er bij’. En weer verder zingen en springen.

We hadden er ook wel wat voor over gehad. Op een zaterdagochtend vroeg naar Utrecht. Daar waren een uur voor de officiële verkoop begon al kaarten te koop bij platenzaak Plato. Daar stond zeker tweehonderd man, tot om de hoek, sommigen al vanaf vier uur. En er waren maar honderdvijftig kaartjes. Twee kaartjes per persoon. De rekensom was snel gemaakt. Gelijk terug naar Den Haag. Daar hadden we het geluk om de derde in de rij te zijn. De laatste kaartjes…

Ik ken Tivoli nog uit de tijd dat het gekraakt werd. Ik was student, meer dan vijfentwintig jaar geleden. Dezelfde oranje Art Deco paraplulampen hangen nog aan het plafond, ze zijn nu gerestaureerd. De sfeer is er nog steeds knus, goedmoedig. Nu ben ik er met m’n oudste zoon. ’s Morgens speelde hij nog bij de VPRO live op Nederland 3. Hij wordt op straat voor Tivoli herkend: ‘Heej, ik zag jou vanmorgen op tv!’ We staan samen op de Oude Gracht, onder de Dom waarin ik mijn vrouw, zijn moeder ontmoet heb.

Gejat!
Di 22 Mei 2007 - Geplaatst onder: Management, Bewustwording — Andre
Reactie (1)

In Den Haag woon je op het zand of in het veen. Op het zand - de oude duinen in het westen bij de zee - woon je op stand. Daar liggen mooie, ruime wijken als het Statenkwartier en de Archipel, met mooie, ruime huizen van mensen als minister Donner, met mooie, ruime inkomens. Boekhandel Paagman, het boekenwalhalla van net & chique Den Haag, ligt middenin het Statenkwartier. In februari lag er een stevige stapel Zin! op tafel. En er stond een exemplaar in de kast. Die waren opeens weg - allemaal. Maar volgens het systeem waren ze niet verkocht. Rara, waar zijn ze? Gejat, is het vermoeden van de boekverkoper! Toevallig was die maand wel een serie van drie artikelen in Haag West Nieuws verschenen, het huis-aan-huisblad voor wie woont op het zand. Winkeldieven heb je blijkbaar overal. Als doelgroep had ik er nog niet aan gedacht.

De wonderlijke overeenkomst tussen Joe Speedboot en Pim Fortuyn
Di 8 Mei 2007 - Geplaatst onder: Bewustwording, Authenticiteit — Andre
Reacties (3)

De eerste week van mei 2007, voorjaarsvakantie. Joe Speedboot van Tommy Wieringa gelezen. Gelukkig, eindelijk. Want wat kan die man schrijven… Meer dan driehonderd bladzijden puur taalplezier. En dan ook nog een meeslepend verhaal dat blijft verrassen. De avonturen van de charismatische Joe Speedboot, beleefd en beschreven door de verlamde Fransje Hermans. Je verzint het niet. Wieringa wel. Wonderlijke gebeurtenissen in een erg herkenbaar Nederlands en ooit (en weer) zo rustig dorp aan de rivier. Een jongen van buiten die min of meer in z’n eentje de gemeenschap en een aantal levens op z’n kop zet. Hij doet zelf het onmogelijke, en drijft anderen tot grote hoogten. Doet dingen die niet kunnen en niet mogen. Joe komt met veel kabaal binnen denderen, staat in het middelpunt van de belangstelling, bespeelt als geen ander zijn omgeving, inclusief de media, en verdwijnt vlak voor de finish van het toneel. Sommigen houden van Joe, anderen kunnen hem wel schieten.

Zondagavond 6 mei 2007. De vakantie is voorbij, en Pim Fortuyn vijf jaar dood. Op tv zie ik flarden en flitsen van een flamboyante man. Hij heeft een tomeloze energie en en een niet te stuiten ambitie. Alleen, in z’n eentje… maar omringd en zelfs omstuwd door een groeiende schare bewonderaars. Verafgood en verguisd, geliefd en gehaat. Tegenstellingen oproepend die we in Nederland niet kenden en die ook niet meer te hanteren lijken. Hij vertelt over z’n moeder die altijd bang was dat zijn uitgesprokenheid nog eens z’n dood zou worden. Zeker als hij de politiek in zou gaan. Ik zie z’n aantrekkingskracht, en z’n betrokkenheid. Maar ook z’n onmogelijkheid en z’n onhoudbaarheid.

Ik blader nog eens in Tommy Wieringa, ga langs de ezelsoren van Joe Speedboot. Zomaar twee fragmenten, waarin rolstoeler Fransje (net geen wereldkampioen armworstelen) terugkijkt op de belevenissen met zijn kameraad Joe (opgelost in het niets).

Hij was niet zozeer een buitengewone jongen, hij was een kracht die vrijkwam. Je had verwachtingsvolle tintelingen in zijn buurt - er was een energie die vorm aannam in zijn handen, in een los verband toverde hij bommen, racebrommers en vliegtuigen tevoorschijn en jongleerde ermee als een lichtzinnige tovenaar. Ik had nooit eerder iemand ontmoet bij wie het idee zo vanzelfsprekend leidde tot uitvoering, op wie angst en conventies zo weinig greep hadden. Hij durfde het onmogelijke te denken en merkte niets van de afwijzing die zich achter zijn rug voltrok. Want veel mensen moesten Joe niet, er was teveel onbegrijpelijkheid aan hem. De meeste mensen zijn gemiddeld, sommige zelfs ronduit minderwaardig; maar ze zijn allemaal heel gevoelig voor de hogere concentratie energie of talent in de bovengemiddelde mens. Hebben zij geen beschikking over datgene wat licht geeft in jou, dan jij ook niet. Ze hebben geen talent voor bewondering, alleen voor slavernij en afgunst. Ze stelen het licht. (p69)

Buiten steken de klaprozen verbijsterend rood af tegen de lucht die grijs is als schelpen, soms breekt ’s avonds de zon door en kleurt de wolken. Op het dak van mijn huis springen houtduiven en eksters rond, ik hoor ze goed. Ze pikken het mos dat op de asbest golfplaten ligt.
Ik beweeg weer volop maar Lomark voelt anders, de dijk, de straten, ze zijn me vreemd geworden. De hoop die Joe’s komst eens veroorzaakte is gedoofd, wij zijn weer wat we waren en altijd zullen zijn. Joe is een verlosser zonder belofte; hij heeft geen vooruitgang gebracht, alleen beweging. (p 292)

Een verlosser zonder belofte…
Geen vooruitgang, alleen beweging…

Kun je Pim Fortuyn nog mooier beschrijven?

Brandende vraag: heeft Tommy Wieringa dit ook bedoeld?