
November 2006. Bijna verkiezingen. Ik ben onderweg naar een tweedaagse train-the-trainer training. Op de radio hoor ik Agnes Kant. Ze is in debat over de zorg. Veel zorgen over de zorg. Hoeveel zorgen kun je hebben? Hoe groot kun je een probleem maken?
Ik erger me wild. Aan zoveel gebrek aan nuance, zoveel opwinding. Aan haar stem, haar accent, haar intonatie. Aan haar schamperen, haar scherpte, haar whatever. Wat een fanatisme, wat een verbetenheid. En maar doen alsof ze het allemaal voor anderen doet. Ik geloof er helemaal niets van. Volgens mij is ze vooral met zichzelf bezig. Als zij maar gelijk krijgt, als het maar op haar manier gaat. Wat een verschrikkelijk mens, denk ik. Gelukkig, daar is de reclame.
Het programma gaat verder. De plek van Agnes Kant wordt overgenomen door Jan Marijnissen! Is dit een SP-commercial?! Met gezonde tegenzin hoor ik de lijsttrekker aan. Hij heeft het ook over de zorg. Maakt zich ook grote zorgen. Hij klinkt betrokken, vol begrip. Dat kun je door de autospeakers heen voelen. Hij praat rustig en overwogen. Met oprechte zorg. Da’s gek… Ik kan Jan Marijnissen wel horen. Hij heeft exact hetzelfde verhaal als Agnes Kant. Ik ben het eigenlijk wel met Marijnissen eens, terwijl ik het met Agnes Kant sowieso oneens ben, wat ze ook zegt!
De training met collega-trainers wordt een heftige bijeenkomst. Ik ben laat en kom opgewonden binnen. Eigenlijk heb ik niet zo’n zin, zit in de weerstand. Ik probeer mee te doen maar het klikt niet, raak niet echt aangesloten. Ja, wel met sommigen die me goed kunnen hebben. Die me kennen, doorhebben. Die mijn knuppels in het hoenderhok wel kunnen waarderen. Die om me kunnen lachen. Die weten dat ik het allemaal goed bedoel, al kan ik het er nogal uitknallen. En berg je dan maar.
Het gaat over zaken waar ik me bij betrokken voel. Uitgesproken meningen over heb. Waar ik me zorgen over maak, maar ook oplossingen en mogelijkheden zie. Het duurt me allemaal veel te lang. Snappen ze er nou echt helemaal niks van? Ik word ongeduldig, ongedurig. Wat een gezeur, wat een gevoeligheden. Ik ben veel aan het woord. Word steeds heftiger, scherper. En harder, kouder. Ik vind dit, en ik vind dat. Heb niet in de gaten dat sommige collega’s me niet meer kunnen horen. Pik de signalen niet op (‘Wat een ego heeft die man’). Want ik heb gelijk, en ik heb een boodschap voor de wereld.
De volgende dag legt een wijze professor me het verschil uit tussen reactief en responsief. Dat laatste is handiger, en verstandiger. Dan ga je op een ander in. Bij dat eerste ben je vooral met jezelf bezig. Ik hoor het met m’n hoofd, maar het dringt niet echt tot me door. En een collega-trainer vertelt me dat je bij alles wat je zegt jezelf steeds de vraag kunt stellen: Heeft het zin om dit te zeggen? Anders gezegd: Voegt dit iets toe? Of: Lever ik nu een bijdrage? Ook dat begrijp ik, maar het dringt in z’n consequenties niet tot me door.
Een maand later. Bij een trainingscarrousel volg ik een korte workshop over ergernissen. Ik vertel over een vrouw die ik goed ken en waar ik me vreselijk aan kan ergeren. Ik beschrijf haar uit den treure, met alles erop en eraan. Ik weet wonderlijk veel van haar. Ik zie haar niet alleen voor me, ik kan me ook veel van haar voorstellen. Hoe ze haar dagen doorbrengt, wat haar bezighoudt. Haar belangstelling, haar betrokkenheid. Dan wordt me gevraagd een stap verder te gaan en rechtstreeks antwoord te geven op vragen die aan haar gesteld worden. Ik stap in die rol, verplaats me in haar… en voel de antwoorden bovenkomen.
Ik weet het precies! Ik hoor haar praten over wat haar bezighoudt, en vooral over al de zorgen die ze zich maakt. Ze is oprecht betrokken bij wat er in de wereld en om haar heen gebeurt. Nooit geweten! Ze wil zo graag dat iedereen het goed heeft en niemand tekort gedaan wordt. Daar had ik geen idee van! Ze heeft idealen, over een betere wereld waarin iedereen tot zijn recht kan komen. Daar word ik stil van.
In die stilte moet ik onwillekeurig terugdenken aan mijn ergernis tijdens die autorit. Zou het zo kunnen zijn dat Agnes Kant misschien wel de beste bedoelingen heeft? En ik moet ook denken aan die twee dagen met m’n collega’s. Heb ik me daar misschien – ook met de beste bedoelingen - onmogelijk gedragen? Heel voorzichtig durf ik naar mezelf te kijken. Naar wat anderen al lang aan mij zien maar wat ik liever niet onder ogen zie. Hoe fanatiek en verbeten ik kan worden, hoe ik kan drammen en mijn gelijk wil halen. Anderen niet meer hoor of zie. Hoe scherp ik kan worden, koud en hard. Vanuit mijn verlangen naar een betere wereld…
Sindsdien maak ik me een stuk minder druk over Agnes Kant. Ik zou misschien zelfs wel iets willen hebben van haar doorzettingsvermogen. Want ze gaat er toch maar voor, omdat zij erin gelooft. Dat bewonder ik. Inmiddels kan ik om haar lachen - en om mezelf.

‘Stop! Daar? Een plek?!’ Eindelijk, na kilometers rijden langs de Italiaanse Riviera, door stadjes en dorpjes die zich aaneenrijgen langs de SS-1 (het klinkt als een snelweg maar het is een bochtige provinciale weg) op zoek naar een parkeerplaats waar vele anderen ook naar zoeken - en die soms wel weten te vinden, door sneller te reageren, ertussen te piepen, in een kleinere, handiger wagen te rijden - na een half uur wel strandjes maar geen parkeerplaats, voorbijrazende auto’s, slalommende scootertjes, overstekende badgasten, optrekkende bussen, walmende vrachtwagens, zien ze iemand bij zijn auto staan - wat tot dan toe niets opleverde omdat de eigenaar iets uit zijn auto aan het pakken was, stond te lunchen uit de achterbak, net was aangekomen of de parkeerschijf aan het verzetten was - waarop de man tegen zijn vrouw roept: ‘Stop!’, de auto uitspringt en op de Italiaan afstapt terwijl hij ineens ziet dat diens auto - net zo’n grote bus als die van hen - eigenlijk op twee krappe plaatsen staat waarop hij besluit de de man in zijn beste handen&voeten-Italiaans te vragen zijn auto naar voren te zetten zodat die van hen erachter kan - de Italiaan begrijpt het, wil hen ter wille zijn, rijdt op aanwijzingen van de man zo ver als kan naar voren en zie daar… Eindelijk… een plek!
‘Kom snel!’ De man is helemaal in een opgewonden stemming van regelen en aanwijzingen geven. Hij wil het graag erg goed doen, heeft net zijn vrouw al een uur lang nadrukkelijk en uitgebreid de weg gewezen, en gebaart nu druk naar haar. Hij heeft inmiddels goed gezien hoe groot de parkeerplaats is, beter gezegd hoe klein - de auto moet er precies in kunnen. Hij praat door het raampje tegen zijn vrouw die inmiddels al meer dan een uur in de laaiende vakantiedrukte gereden heeft en zich nu probeert te concentreren op het indraaien. Het is inmiddels midden op de dag, steeds warmer in de auto en daarbuiten, het verkeer blijft maar langs razen. Zo, de auto staat bijna… maar toch net even anders dan de man gedacht had. Het kan echt beter en dat probeert hij zijn vrouw nu duidelijk te maken. In de hitte, boven de verkeersdrukte uit, en tot haar groeiende ergernis. Want volgens haar staat de auto helemaal prima. En inparkeren kan ze heel goed zelf. De man krijgt de indruk dat ze hem niet begrijpt, dat hij niet duidelijk is en gaat het haar allemaal nog eens uitleggen. Nu op luidere toon. Een toon die hij zelf niet in de gaten heeft. Hij denkt echt dat hij rustig en vriendelijk doet, zoals net tegen de Italiaan. Maar wat hij zegt komt niet aan en daar kan hij niet tegen. Helemaal niet tegen. Staat hij hier z’n stinkende best te doen om het voor iedereen zo goed mogelijk te regelen, krijgt hij dit. Ze luistert niet – ze hoort hem niet, ze ziet hem niet. Wìl ze hem niet zien? Wìl ze hem niet begrijpen? Heeft ze hem niet nodig, kan ze het zelf wel? Hij voelt zich afgewezen, hij voelt zich genegeerd. Hij heeft het helemaal gehad en hij gaat he-le-maal uit z’n dak. Tegen zijn vrouw. Echt schreeuwen en tieren. In de volle overtuiging dat het terecht is dat hij zo boos is. Zijn vrouw heeft het dan ook helemaal gehad, met hem. Ze hoeft haar man lang niet meer te zien, of te horen - met z’n grote bek. Zeker als het ook nog eens een tijd duurt voor hij überhaupt doorheeft dat hij die heeft.
‘Net een mens!’ zegt zijn beste vriend met een grote grijns als de man hem na de vakantie het hele verhaal vertelt. Beter gezegd, hem opbiecht. Want de man zit er vreselijk mee. Dat begrijpt zijn vriend (die met het geduld van een priester kan luisteren). Vooral omdat het wel erg lang duurde voordat de man kon erkennen dat zo razend worden echt niet normaal is. Maar zijn beste vriend moet er ook wel hartelijk (en hard) om lachen. Want de man is er (eindelijk?!) achter gekomen dat ook hij heel erg boos en heel erg onredelijk kan worden. En dat kan niet, dat mag hij niet. Want dat past helemaal niet in het beeld dat hij graag van zichzelf heeft en overeind houdt. Hij is toch een leuke man, aardige vader, vriendelijke buurman, attente collega? Een mens vol redelijkheid en begrip? Ja, tot hij in de stress raakt. In dit geval: vakantiestress. Dan wordt hij net als alle anderen, met alles erop en eraan. Leuk en minder leuk, aardig en onaardig, redelijk en onredelijk, lief en naar, vriendelijk en onbeschoft. Niets menselijks is hem vreemd.
Shit! Wel een vervelende ontdekking, als je net als de man zo graag gelooft in de hemel op aarde. Maar daar is meer dan geloof voor nodig. Bewustzijn. En dat is gewoon hard werken, elke dag weer. Ook op vakantie. Jezelf doorhebben. In de gaten hebben dat je in de stress raakt. En wat die stress dan met je kan doen: opwinding, boosheid, angst. Je wordt zomaar kort aangebonden, onredelijk, bang. Of koud, kil, hard. ‘Stop!’ zeggen - niet tegen een ander, maar tegen jezelf. Om tot weer tot jezelf te kunnen komen. Daar binnen, op je eigen parkeerplaats.
Heb jij ook een vakantiebelevenis? Schrijf hieronder mee!

Precies een jaar en een dag na het verschijnen van
Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen
ter gelegenheid van het gereedkomen van de tweede druk,
en als een voorproefje van het volgende boek…
Zin!Posium 2007 - Zin! in Vrijheid?
De vrijheid om je eigen leven te leiden
Hoe vrij is jouw leven?
Welke vrijheid neem je?
Welke vrijheid laat je een ander?
Is vrijheid ook blijheid?
Is vrijheid vrijblijvendheid?
En: wat is de prijs van vrijheid?
Donderdag 1 november a.s. van 14 tot 20 uur
Seats2Meet Utrecht (Moreelse Park, Hoog Catherijne)
Een middag en een avond proeven en proberen…
De vrijheid om te improviseren en experimenteren
Een gezamenlijk onderzoek naar de waarde van vrijheid
Presentaties en Workshops, Coachings Carrousel, Tapas Buffet
Het Zin!Posium is bewust laagdrempelig: Entree 30 euro -
en dan heb je voor je eten en drinken al betaald…
> THNX Mindz.com!
Klik hier voor meer informatie en inschrijving
Zie je graag op 1 november a.s.!

De vader is stervende.
Hij heeft al veertig jaar geen contact meer met zijn zoon.
En vader en zoon hebben elkaar al vijftig jaar niet meer aangeraakt.
Dan zegt de partner van de zoon: ‘Ik wil graag dat je je vader opzoekt’.
De zoon gaat naar zijn vader. ‘Wat moet ik doen?’, vraagt hij aan zijn partner.
‘Houd zijn hand vast’, is haar antwoord. De zoon schrikt maar doet het toch.
Hij gaat naast zijn vader zitten en pakt zijn hand. Er valt geen woord.
Dan, na een half uur, zonder aankondiging, zegt zijn vader: ‘Sorry.’
De zoon rent de kamer uit, en geeft over als nooit tevoren.
Daarna houdt hij nog twee uur zijn vaders hand vast.
Tot zijn vader sterft bezoekt hij hem elke week.

‘Mensen kunnen meer dan ze denken als ze ophouden met denken’ vertelde me laatst een jonge vrouw.
Ze is in de twintig, intelligent en goed opgeleid. En zij kan het weten. Haar hoofd deed het op een dag niet meer. Ze had ineens geen idee van tijd en ruimte. Het rationele deel was uitgevallen. Toen ontdekte ze wat je allemaal kunt als je denken niet meer werkt: aanvoelen, weten, wijs zijn.
Inmiddels doet haar hoofd het weer. Het is wonder boven wonder weer op gang gekomen. Ze kan de tram weer nemen en ze komt op tijd aan waar ze wil zijn. Ze gaat nu door het leven als een medisch wonder.
En ze kan nu meer dan ze ooit dacht. Want ze durft nu te vertrouwen op haar gevoel en intuïtie. En dat brengt haar autonomie en soevereiniteit.