
KoninginneNach 2010, Spuiplein, Den Haag.
In de coulissen staat de gitaarroadie klaar met een gestemde gitaar. Hij is helemaal gericht in de gitarist. En die is helemaal gericht op zijn spel. Daarom is het zo’n goeie gitarist. Hij gaat er volledig in op, kijkt niet om zich heen. De andere muzikanten voelt ie aan, het publiek staat voor zijn neus, en de roadie schuin achter hem. Het nummer is afgelopen. ‘Hij wil ‘em hebben.’
De roadie stapt naar voren om de gestemde gitaar aan te geven. Maar de gitarist begint de gitaar waarop hij speelt zelf te stemmen, en speelt verder. De roadie stapt terug, naar achteren, gitaar in de hand. Hij is weer een en al aandacht voor de gitarist. Het nummer is afgelopen, applaus, gejuich. Opwinding, op het plein en op het podium. ‘Nu wil ie ‘em wel hebben…’
De roadie stapt weer naar voren, gitaar vooruit. De gitarist ziet ‘em niet. Hij stemt, rookt, dolt, en speelt weer verder. De roadie kijkt naar de gitarist. Die speelt voluit, en geniet. ‘Ik heb hier een gitaar voor je.’ Maar de gitarist kijkt niet opzij. Hij heeft oog voor het publiek en voor de andere muzikanten. De roadie staat, luistert, kijkt. Hij ziet het blikje bier van de gitarist, komt naar voren en tilt het op. ‘Nog vol…’
De roadie stapt terug, gitaar in de hand. Geconcentreerd, nog steeds. Het volgende nummer is afgelopen. ‘Nu dan?’ En ineens draait de gitarist zich om. Hij ziet de roadie. Ze kijken elkaar aan. De gitarist doet z’n gitaar af, de roadie hangt ‘em de nieuwe om. Nog een blik en de gitarist slaat de volgende accoorden alweer aan. Verder spelen. De roadie gaat de gitaar stemmen. Een en al toewijding. Net als de gitarist.

