[2e plaatsing wegens technische problemen - abonnees: excuus!]

Maandag 7 februari jl gaf Dr Otto Scharmer een Masterclass op de conferentie ‘Elk kind is een belofte’ van de stichting Duurzaam Leren.
Otto Scharmer is verbonden aan het MIT en bekend van Theorie U en het gelijknamige boek dat hij een jaar geleden in Amsterdam presenteerde.
Voor het NIVOZ en hetkind stelde ik Scharmer één brandende vraag: ‘Wat is het beste advies dat U kunt geven aan iemand die elke dag staat voor de klas staat?’
Hier kun je het bekijken - en hieronder een samenvatting van zijn antwoord, bescheiden, verrassend en indringend.
Niet alleen relevant voor leerkrachten, maar voor iedereen die dagelijks met mensen werkt:
A profound process of learning is not about filling an empty barrel called ‘student’ with knowledge. The learning process is basically about igniting a flame. That flame is the deeper humanity within us, the knowledge that I already bring when I am growing up, when I am being born.
The most important is knowledge is not just knowledge about the world, but knowledge about yourself, self knowledge.
In adult populations self knowledge is the most difficult to teach and yet the most important one to attend to and also the most appreciated from the side of the learners. There is a deep hunger for that. The younger generations coming in are much more open for that deeper self knowledge than we would have been a generation ago.
Self knowledge can not be taught from outside. You can only make the learner become aware of what they already know. What is new in this century, is that people wake up to that level of inquiry and interest and knowing, way before we used to when we grew up.
In finding out who I really am, much is about reflecting – and by moving out into the world. By having deep emerging experiences with different ‘pockets’ of society – particularly the underprivileged, the voiceless, the powerless. As I connect to them I become part of the social field, that is opening up my deeper capacities of empathy, of feeling, of attending. That’s the real source of entrepreneurship, of innovation, and also of cohesion in society.
Another aspect that I am focusing on is the Open Will, with learning by doing. People across all cultures very naturally connect to this. I think it is much more important today than it was a generation or two ago, because the learning is through doing it, not just through theoretical models.
One practice I am using myself when I work with groups or with teams is that, every evening before going to sleep, I try to put myself into the service of that community, of these people. Just to align your own attention with the purpose, helping these groups or individuals to connect with their deeper capacity of creating and of making a difference.

Een optreden van Martine Delfos. Bij een Pedagogische Tact-lezing van het NIVOZ. En ik ben erbij. Ze noemt zichzelf biopsycholoog – en is wat al niet meer. Het heet een lezing, maar ze leest niks. Ze praat, ze vertelt verhalen, ze entertaint. Kortom, ze geeft een optreden. En het publiek vindt het prachtig. Hier staat iemand die alles lijkt te durven, en nergens bang voor is. Eigenlijk totaal onaangepast – en het lijkt haar niet te deren. Ze ziet eruit zoals een kind een heks tekent. En ze klinkt als een toverkol. Maakt haar niet uit. Ineens denk ik te begrijpen waarom ze zo succesvol is als kinderpsycholoog: ze sluit helemaal aan bij kinderen, want ze kan net zo kinderlijk doen. Maar ondertussen hele slimme analyses maken, mensen en hun drijfveren doorzien en kinderen en ouders verder helpen. Een optreden van een fenomeen.
‘Weten dat je het niet weet,’ is het eerste wat me treft en blijft hangen. Als je weet dat je het niet weet dan kun je alleen nog maar vragen. Open en nieuwsgierig zijn, je moet wel. En als je vraagt en het echt graag wilt weten zul je ook willen luisteren. Tenminste, als je slim bent. Bij vragen geldt: wil je het echt weten, kun je echt horen wat er geantwoord wordt? Of hoor je, via het stellen een vooringenomen, oordelende vraag, een antwoord dat je zelf al denkt te weten? Vragen vanuit een bovenpositie werkt niet: dat imponeert en slaat dood. Vragen vanuit een onderpositie werkt evenmin: dan loop je de kans dat een ander het jou wel even gaat vertellen. Dus op een gelijkwaardig niveau uitwisselen, dat is de route: voel je niet beter of meer, voel je niet slechter of minder. ‘Levellen’ is de kunst. Vanuit respect voor de ander, en respect voor jezelf.
Wat vergt niet-weten van jou, als niet-weter? Heel veel. Om te beginnen: er niets van vinden dat jij het niet weet. Dat betekent geen oordeel hebben over je eigen niet-weten. Dus niet: sukkel, domkop ect, kortom alles wat die stemmetjes van binnen kunnen zeggen. Je kunt dus pas een echte vraag stellen en het antwoord ook echt horen als je jezelf niets kwalijk neemt. Anders gezegd: je kunt het pas horen als je echt weet waar je zelf staat. Een ander vertelt je iets en jij kunt daar zelf iets van vinden: het antwoord langs jouw meetlat leggen, er jouw innerlijk kompas op loslaten. Dan loop je aan tegen je eigen opvattingen en oordelen, vooroordelen en vooringenomenheden. Want is dat een werkelijk vrij kompas? Of is je zicht troebel, je blik verdraaid? Een werkelijk open vraag stellen is zo bezien ongeveer het lastigste wat er is. En vooral het antwoord helemaal tot je kunnen nemen, zonder oordeel (lees: waarden en normen).
Het tweede wat me treft in haar verhaal: ‘We leven aan de rand van ons bestaan.’ De basale onzekerheid van menigeen: ‘Wie ben ik?’, ’Mag ik er zijn?’ - dat soort vragen. Ze geven heel veel verwarring en druk, met alle onhandigheid en gedoe van dien. Heel wat meningsverschillen en conflicten beginnen vanuit een gebrek aan vertrouwen. Dat vindt z’n oorzaak in jezelf niet vertrouwen, jezelf niet zien, jezelf niet serieus nemen. Dat schuiven we naar buiten en we zien het overal om ons heen: de ander deugt niet en je hebt zo ruzie en gedoe: ‘Hullie hebben het gedaan!’ In de politiek kun je er groot mee worden.
Het derde dat me treft: ‘Iedereen wil verbonden zijn met andere mensen.’ Daarom zoeken we contact, en in werkelijk contact vinden we eindelijk rust. Dan voelen we ons gezien en gehoord, we willen niets liever - maar we weten niet goed hoe het moet. Bewust onbekwaam. Voor velen is met anderen contact maken en onderhouden het aanraken van jeugdtrauma’s: niet genoeg gezien, en niet genoeg gehoord. Maar werkelijk contact met de ander ontstaat pas als je werkelijk in contact staat met jezelf. En dat is geen kip/ei-verhaal maar een keiharde volgorde: eerst ik, dan jij / wij. De meesten van ons hebben niet geleerd hoe je echt contact maakt, noch met jezelf, noch met een ander. Dat betekent een dagelijkse confrontatie met je onvermogen. Het vermogen om contact te maken, vragen te stellen, te luisteren, te reflecteren, rust te vinden. Onze neiging is dan ons terug te trekken op onszelf, veiligheid te zoeken, je eigen wereldje te creëren, muren op te trekken - letterlijk en figuurlijk. Dat zien we dagelijks in het onderwijs: leerkrachten die zich lijken te verschansen in hun lokaal.
Het laatste wat me treft is Martine zelf. Haar eigenheid, haar eigenwijsheid, haar onaangepastheid. Ze voelt vrij, lijkt alles te durven vragen, vinden en zeggen. Zoals een kind nog verwonderd kan zijn en ‘de gekste dingen’ kan opmerken. Naïef in de goede zin van het woord. Grappig genoeg maakt haar dat ook ontwapenend en toegankelijk. En hoogst irritant, want ik denk steeds: mens, doe niet zo overdreven, doe normaal! Dan besef ik: dit gaat alleen maar over mij. Ik ben gewoon jaloers omdat ze zo zichzelf is - en daarmee nog succesvol is ook. Dat zou ik ook wel willen! Ze confronteert mij dus met mijn angst om mijn eigen leven te leiden. Daar heb ik nota bene een boek over geschreven. Nu nog doen.