Jezelf tegenkomen schijnt nogal heftig te zijn. Niet iets waar je op zit te wachten. Toch gebeurt het. Iedereen. Elke dag. En zeker ondernemende mensen. Want ondernemen doe je zelf. Niemand anders.
Ondernemende mensen zoeken contact. Ze stappen de wereld in en zeggen: hier ben ik, en dit wil ik. Voor jezelf beginnen betekent een ander ontmoeten. En in die ontmoeting kom je jezelf tegen.
Want de wereld zegt iets terug, of juist niet. En dan ligt de bal bij jou. Dan begint het spel. Dan komt het er op aan. Dan word je door de mensen om je heen uitgedaagd. Om jezelf te zijn.
De grootste uitdaging in dit leven is niet om het beter te doen dan anderen. Om te winnen. Het leven is geen wedstrijd. Er is maar een tegenstander, en dat ben je zelf. Jij en je eigen gedoe.
Je eigen gedoe is wat je tegenkomt als je gaat ondernemen. Er is geen betere en geen snellere route naar zelfkennis dan voor jezelf beginnen. Want de wereld houdt je gratis een spiegel voor.
En als je daar in durft te kijken, alles onder ogen wilt zien, ligt er een grote beloning voor je klaar. Jij zelf. Niet degene die je denkt dat je bent. Nee, degene die je werkelijk bent. Diep van binnen. Wie je in wezen bent.
Als je terugkijkt op de cruciale momenten in je leven, de ingrijpende wendingen…
Was er dan ooit sprake van gericht daar aan werken, van bewust organiseren?
Of was het eerder een kwestie van puur toeval, domme pech of stom geluk?
buiten in de zon lees ik het Paasverhaal
de klokken van de kerk beginnen te luiden
ik mijmer wat over opstanding en verrijzenis
dan begint het zachtjes te sneeuwen
tere vlokjes dwarrelen neer
verwonderd zit ik daar
tevreden en blij
‘Hoe gaat het?’, vraagt hij als ‘ie me een knuffel geeft. Hij is volop aan het genieten.
‘Het is goed,’ zeg ik. ‘Want eigenlijk is er helemaal niets aan de hand.’
‘Precies!,’ roept ‘ie. ‘Dat is het, er is niets aan de hand! Dus geniet! Dat is wat ik van jou geleerd heb, genieten!’
‘Dus ik leer nu van jou… wat jíj van míj geleerd hebt? Genieten?! Dan ben jíj nu mijn vader!’
Mijn kind legt mij het leven uit. En ik geniet.
Gisteren gehoord van iemand die – volgens mij – nogal zichzelf is. Die eigenlijk niet anders kan. Daar hadden we het over.
Ze zei: ‘Wonderlijk toch, als iemand tegen je zegt: Jij bent zó jezelf! Ja dûh..! Wat wil je dan? Wat kun je anders dan jezelf zijn?!’
Zijn we dan zover van onszelf afgedreven dat het een compliment is als je jezelf bent? Misschien is er ergens iets niet goedgegaan…
Wat ik nog weet uit de Kinderbijbel. De tollenaar - iemand die belasting ophaalde voor de Romeinen - is blij dat hij door Jezus van Nazareth niet wordt uitgekotst, zoals dat door de rest van de mensen wel gebeurde. Sterker nog, Jezus zoekt hem op. Net als de vrouwen die door iedereen met de nek worden aangekeken, hoertjes – behalve natuurlijk door mannen als die iets van hen willen. ‘Jezus oordeelt niet over mij!’ realiseert de tollenaar zich. ‘En dat voelt fijn, daar ben ik blij om. Dan durf ik mezelf te laten zien, kan ik me te tonen zoals ik ben.’
Wat ik me realiseer is dat zou ik ook kunnen doen. Anderen open tegemoet treden. Onbevangen. Zonder oordeel, zonder op voorhand iets te vinden. Vrij, en vrijlatend. Dan heb je de meeste kans op werkelijk contact. Van mens tot mens. Zielencontact. Waar we allemaal zo naar verlangen. Niet meer alleen. Werkelijke verbinding. Eén zijn. Dat begint met ophouden te oordelen. Om te beginnen over mezelf. Dan verdwijnen de oordelen over anderen als vanzelf. Tenminste, dat lijkt me, logisch denkend. Het zou wat zijn als me dat lukt. Ik hoop het van harte. Want als ik over mezelf net zoveel oordelen heb als over anderen – een wetmatigheid volgens mensen die er verstand van hebben – dan zijn het er wel heel veel…
Okee. Experiment. Ik ga het doen. Allereerst mezelf betrappen (oordeel!) op oordelen over mezelf. Die stemmetjes in mijn hoofd die mij doorlopend becommentariëren, en vermanend en bestraffend toespreken. Ik hoor ze eigenlijk niet meer, zozeer ben ik eraan gewend. Maar ze zijn er wel. En als ik goed oplet kan ik ze eruit filteren. En van wie zijn de stemmetjes eigenlijk? Van lang geleden. Ooit gehoord. Thuis, op school, in de kerk – waar niet? En overgenomen. Onbewust, zo gaat dat. En des te lastiger te onderscheiden.
Maar goed, het gaat eigenlijk niet om die stemmetjes. Het gaat om mij, en wat ik wil. Ik heb geen zin in stemmetjes die ik niet hoor, maar die mij wel sturen en bepalen. Dan ben ik onvrij. Ik ga mezelf opnieuw opvoeden. Mezelf liefdevol en bemoedigend toespreken. Opbeurend en ondersteunend zijn voor mezelf. Klinkt knap kinderachtig, maar waarom ook niet? M’n kinderen zijn inmiddels groot, op hen heb ik kunnen oefenen. Nu ben ik zelf aan de beurt. Lief zijn voor mezelf. Zo simpel. Ga ik op een dag nog houden van mezelf. Het zou wat zijn.

Vorig voorjaar ging ik een kleine week wandelen. Voor de tweede keer. Weer in Zuid-Limburg. Nu niet het Pelgrimspad, maar het Krijtlandpad. Toen van Sittard naar Maastricht. Nu van Maastricht naar Vaals en weer terug.
Net als het jaar ervoor dacht ik aan etappes van zo’n vijftien kilometer per dag. Vijf dagen bij elkaar. Bekend terrein, andere route. Af en toe kruisen de paden elkaar. ’s Morgens bellen voor de volgende overnachting. Bekend werk inmiddels. Op de tweede dag een sms’je. Van iemand die aan me denkt. ‘Heb je het goed?’ lees ik. Hûh?! Nee, nou je het zo vraagt… Langzaam iets tot me door. Ik heb het helemaal niet goed.
Ik denk nog dat het komt omdat het miezert. Maar langzaam dringt iets anders tot me door. Ik verveel me! Dat is het: ik verveel me eigenlijk suf. En niet omdat ik weer in Zuid-Limburg wandel. Nee, omdat ik het op dezelfde manier doe als het jaar ervoor. Overzichtelijke etappes. Voor ik ‘s morgens vertrek weten waar ik ’s avonds aan kom. Ik houd me in.
Ik loop die dag een paar dorpen verder dan ik van plan was. Kom in een ritme dat goed voelt. Loop veel langere etappes dan een jaar eerder. En ’s avonds na het eten ga ik nog een eind in de omgeving lopen. En doe halverwege het streekpad ook nog een extra tussenetappe. Uiteindelijk loop ik veel meer kilometers en ben een dag eerder thuis dan ik tevoren gepland had. Beperkingen zitten in je hoofd. Nergens anders.

Laatst zag ik ze weer staan
Vullen ze elkaar aan, of
doen ze elkaar tekort?
Kom er maar eens uit -
er is geen waarheid…

We komen de berg afgelopen. Vanuit het bos door de alpenwei. Herkauwende koeien om ons heen. We dalen af naar het dorp. Over het pad hangt een metalen draad. Om de koeien boven te houden.
Per ongeluk raakt hij de draad aan. Je ziet z’n hele lijf schrikken. De schrik staat op z’n gezicht. Maar er staat geen stroom op de draad. Het is gewoon ijzerdraad, geen schrikdraad. Hij dacht: Een schok! En hij schrok.
Ooit raakte hij schrikdraad aan en kreeg een heftige schok. ‘Ook al is er nu geen schok, ik voel wel de schrik in mijn lijf. Ik verwachtte een schok, en ik voelde een schok.’ Z’n verwachtingen houden z’n schrik levend.

‘Dingen gaan niet beter of slechter, ze gaan alleen maar anders.’
Deze is niet van Albert Einstein, en ook niet van de Dalia Lama…
Gewoon een levenswijsheid van een ervaren barman.