“Your time is limited, so don’t waste it living someone else’s life. Don’t be trapped by dogma - which is living with the results of other people’s thinking. Don’t let the noise of other’s opinions drown out your own inner voice. And most important, have the courage to follow your heart and intuition. They somehow already know what you truly want to become. Everything else is secondary.”
Ik merk dat ik er voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor ben of er vreugde in me opkomt of boosheid, onrust, ontevredenheid, teleurstelling over mezelf en de hele wereld. Maar ook als ik in het hier en nu ben, komt de vrede niet automatisch.
Het kan ook zijn dat ik door een grote triestheid word overvallen. Als ik die dan ook toelaat, is dat geen tegenstelling tot de vreugde maar alleen de keerzijde van de medaille. Ze hoort net zo bij het leven als de vreugde. Als ik de zaak dan grondig onderzoek, als ik naga waarheen de triestheid mij wil brengen, dan ontdek ik helemaal onderin het vermoeden van gedragen worden en geborgenheid. Dan voel ik de zwaarte van de triestheid en daaronder tegelijkertijd een stille vreugde. Ik ben met mezelf tevreden, ook met mijn onvervulde verlangens, ook met mijn eenzaamheid, ook met mijn onbegrepen zijn.
Een paar jaar geleden hoorde ik schrijver en cabaretier Arjen Lubach een fragment uit zijn eerste roman voorlezen. Dat kan hij goed, hij heeft een mooie voorleesstem met zo’n Groningse klank erin.
Beroemd in het dierenpark
(…)
Ik ben ooit verdwaald in de vlindertuin van een dierenpark. Mijn moeder zei: ‘Niet te snel lopen. Het is hier nogal benauwd.’
Het was zomer. Ze droeg een rood hemd. Waar de bandjes van haar hemd zaten was haar huid wit. Daarnaast was het rood. Zowel mijn moeder als ik werden eerder rood dan bruin in de zomer en ons haar werd soms zo blond dat mensen dachten dat we albino’s waren.
Ik wilde wel rustig aan doen, maar ik wilde ook achter vlinders aanrennen. Toen ik een paar minuten achter een groen vlindertje aan had gerend, kon ik mijn moeder nergens meer vinden. Waar ik ook keek, hoeveel mensen ik ook zag, nergens zag ik mijn moeder. Het viel me op dat alle mensen op elkaar leken, behalve op mijn moeder.
De paden in de vlindertuin vormden een cirkel en ik denk dat ik het kwartier daarop die cirkel wel dertig keer rond ben gerend. Het was heet. Niet alleen in de overdekte vlindertuin, maar ook daarbuiten. Daardoor was het extra heet. Toen ik niet meer kon en begon te huilen pakte een oude vrouw mij bij de arm.
‘Jij bent zeker kwijt?’ vroeg ze. Ik ben niet kwijt, dacht ik. Ik ben er nog gewoon. Mijn moeder is kwijt.
‘Nee,’ zei ik. Ik probeerde los te komen. ‘Ik zoek mijn moeder.’
‘Loop maar mee,’ zei de oude vrouw. Ze nam me mee naar de ingang van het park. Bij de kassa moest ik bij een medewerkster op schoot zitten.
‘Wij gaan jouw moeder eens fijn oproepen,’ zei de medewerkster. ‘Ik heet Sandra. Hoe heet jij?’
‘Ben,’ zei ik. Ik kreeg cola van Sandra. En koekjes. En daarna weer cola. En een poster van een chimpansee. Die heeft nog jaren boven mijn bed gehangen.
‘Wil je het soms zelf doen?’ vroeg Sandra. Ze gaf me de microfoon. ‘Gewoon rustig praten als ik knik.’ Ze knikte.
‘Mama,’ zei ik. ‘Waar ben je?’ Ik hoorde mijn stem echoën in de uithoeken van het dierenpark. Overal, in elk restaurant, elk dierenverblijf, aquarium, terrarium en elke speeltuin hoorden mensen mij vragen: mama, waar ben je?
‘Mama,’ ging ik door. ‘Er zijn hier walrussen.’ Toen zette Sandra de microfoon uit.
‘Hou je van walrussen?’ vroeg ze.
‘Dat weet ik niet,’ zei ik. ‘Ik heb ze nog nooit gezien.’
Na vijf minuten kwam mijn moeder naar de ingang. Ze had gehuild en ze was nog roder dan ze al was geweest. Ze pakte me zo hard beet dat het een beetje pijn deed.
‘Ik ben komen rennen,’ zei ze hijgend. ‘Maar hier ben ik.’
Mijn wang plakte aan haar wang.
‘Hoorde je mijn stem?’ vroeg ik. ‘Ik moest in een microfoon praten.’
‘Iedereen hoorde jouw stem,’ hijgde mijn moeder. ‘Je bent nu beroemd!’
Ik schreef het ’s avonds in mijn schrift. Benjamin is beroemd in het dierenpark.
En de tijd genomen om naar binnen te gaan. Op een rij gezet wat ik wel en niet meer wil. Het verschil tussen Hoe Het Hoort en Wat Werkelijk Wil. Ook ambitieus. Kwam mezelf tegen. En anderen.
Blijft je leven stromen, of verstijf je en verstar je? En hoe je uit zelfbescherming jezelf en de rest van de wereld voor de gek kunt houden - of probeert te houden. Wordt vervolgd.
‘Zelfbedrog is het immuunsysteem van de psyche.’ (Theo Maassen, Zonder pardon, 2009)
Onze kinderen Camiel, Wrister en Quinten hebben de kerstvakantie gebruikt om met hun band All Missing Pieces nummers voor hun nieuwe album op te nemen. Die CD verschijnt dit voorjaar.
Hun vierde single is net uit: Infinity. Over niets minder dan oneindigheid. Noem ik ook ambitie. Met een clip, het bekijken meer dan waard. Vind ik. Kijken maar. En downloaden maar.
De vrouw zit in de zon op een bank aan de Hofvijver. Ze leest aandachtig in een dik boek. Haar hondje drentelt voor haar voeten. Ik ga naast haar zitten en wens haar gelukkig nieuwjaar. ‘Ik wens u ook een zeer gezegend nieuw jaar toe’ antwoordt ze - gedragen en met een zuidelijke tongval. Ze doet het boek dicht en sluit haar ogen. Catechismus staat op de cover.
De zon verdwijnt achter het Binnenhof. De vrouw doet het boek in haar rugzakje en gaat verderop in de laatste zonnestralen staan - rechtop en met gesloten ogen. Ik sta op, loop naar de Vijverberg en kijk achterom. Vanaf het Plein nadert langzaam een jonge man. Hij heeft een beker koffie in zijn hand. Met zijn andere hand houdt hij de lage zon uit zijn ogen.