
Eind september werd ons huwelijk volwassen: we waren 21 jaar getrouwd. Eenëntwintig (!) jaar lang, en lang niet altijd gelukkig. Maar ik ben wel gelukkig dat we nog steeds getrouwd zijn.
Dat zit zo. Mijn vrouw zegt tegen mij: ‘Ik ben jouw spiegel.’ Alleen al mij niet tegen die uitspraak verzetten is een hele klus - dat vergt heel wat bewustzijn. En dan nog al mijn verzet tegen de beelden die ik zie - in de spiegel die ze me voorhoudt. Wat ze me voorspiegelt, denk ik vaak in eerste instantie.
Misschien is liefde wel dat je degene die jou de spiegel voorhoudt niet vervloekt, maar dankt. Soms lukt me dat, maar vaak ook niet - domweg omdat die spiegel niet mijn zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld toont. Dan verzet ik mij en ga ik volop in de weerstand.
Mijn vrouw ondertussen wil niets liever dan dat ik samenval met mezelf, met wie ik in wezen ben - en niet mijn zelfbeeld loop te spelen. Maar dat zelfbeeld is nou net waar ik aan gehecht ben - dat ken ik goed, want ik heb het zelf met veel moeite in elkaar gezet. Af en toe denk ik dat zij beter weet wie ik echt ben dan ik zelf.
In die 21 jaar ben ik me gaan realiseren dat ik in mijn relatie 1. in een lachspiegel kijk (en mezelf zie, maar er vaak zelf niet om kan lachen) en 2. met een schaduwgevecht bezig ben (en ik dacht aanvankelijk nog met de schaduw van m’n partner - maar wat blijkt? het is mijn eigen schaduw!).
Als je dat doorhebt hoef je ook niet naar een ander om daar hetzelfde spel mee te gaan spelen. Tenzij je van spelletjes houdt die nergens over gaan (behalve dan je eigen onvermogen om jezelf onder ogen te zien). Blijf dan vreemdgaan, ga door met scheiden.
Uiteindelijk gaat het natuurlijk om het vinden van balans en rust in jezelf. Een relatie kan je helpen die te vinden - als je naar je partner wilt luisteren tenminste. En ophoudt te denken dat het aan die ander ligt. Want je kijkt in de spiegel, en je vecht met je schaduw.

Steve Jobs is dood. Dat voelt naar.
Gelukkig zijn z’n ideeën nog springlevend.
Hier is ie nog een keer, zijn Stanford Commencement Speech 2005.
“Your time is limited, so don’t waste it living someone else’s life. Don’t be trapped by dogma - which is living with the results of other people’s thinking. Don’t let the noise of other’s opinions drown out your own inner voice. And most important, have the courage to follow your heart and intuition. They somehow already know what you truly want to become. Everything else is secondary.”
Hier de volledige tekst van zijn toespraak.
“Stay Hungry. Stay Foolish.”

“Wie zich rot voelt, moet gewoon eens Mies nadoen. Voor de spiegel gaan staan, stralen, met je schouders op en neer bewegen alsof je heel erg moet lachen en zeggen: lieve lieve mensen. Je voelt je dan meteen beter.”
– Sanne Wallis de Vries, over het nadoen van Mies Bouwman

Misschien ken je ze al: de stille filmpjes. Filmpjes van een minuut, zonder geluid. Je kijkt naar een langsscherende meeuw, of een rondjesdraaiende vlieger, of op en neer bewegende bovenleidingen. En er is niets te horen.
Verschrikkelijk saai dus. Niets aan. En daarom leuk. Vooral als je je even helemaal concentreert. Op de beweging, die soms ook ontbreekt. Op wat er beweegt, en dat probeert te volgen.
Dan duurt het filmpje ook langer dan je denkt, en tegelijkertijd vliegt de tijd voorbij. Inderdaad, even eruit door er helemaal in te gaan. Lijkt wel meditatie.
Afspeeltip voor wie Alle Dagen Heel Druk is: zet alle filmpjes tegelijk aan en scroll dan op en neer. Word je rustig van.

parijs, augustus 2011
met aandacht zet ze koffie,
en met aandacht schenkt ze die in -
met aandacht wordt het beter, weet ze
het beeld trekt op zijn beurt mijn aandacht
en ik maak een kiekje - later zie ik pas:
het melkmeisje, johannes vermeer
een en al aandacht
meer kikkekiekjes vind je hier
Commercial break.

All Missing Pieces gaat toeren. Ze spelen door het hele land*.
*) Klik in deze link ‘All Missing Pieces’ aan voor de agenda)
Twee maanden lang, van september tot begin oktober.
Inmiddels zeventien 18 optredens in evenveel steden.
Het barst los op vrijdag 9 september in Nijmegen.
Je kunt erbij zijn. Meestal gratis en voor niets.
‘Waar is het feestje? Bij jou is het feestje!’

Begin april ben ik met mezelf en m’n rugzak van Sittard naar Mesch (onder Maastricht) gelopen. Het Pelgrimspad - onderdeel van de Jacobsroute die uitkomt in Santiago de Compostela. Door het Zuid-Limburgse heuvelland, net buitenland. Ik heb iets geleerd – wat ik allang wist, maar blijkbaar ook weer vergeten was…
Ik hoef me geen zorgen te maken. En ik hoef echt niet alles te weten en er is altijd wel ergens hulp in de buurt - er zijn zoveel mensen van goede wil. Slapen bij mensen thuis, vaak zelf wandelaars. Overal hartelijk ontvangen. ‘Wil je mee eten?’ Boterhammen en drinken meekrijgen voor overdag. Op een kletsnatte dag de lekkerste-aspergesoep-ooit in een gesloten hotel. Tips voor de volgende overnachting.En tenslotte een vriend die een paar uur voordat hij in Maastricht een conferentie gaat leiden in de auto stapt (‘Waar ben je?!’) en me met uitgespreide armen tegemoet komt lopen, naar me luistert en hoort wat deze dagen me gebracht hebben…

Ik heb er vertrouwen van gekregen. Vertrouwen in het leven – in anderen en mezelf. In God, het lot, de voorzienigheid – hoe je het wilt noemen. En de wetenschap dat als ik m’n kop maar gebruik ik met een gerust hart kan vertrouwen op m’n gevoel en m’n intuitie.
Dat was mijn ‘life changing experience’. Daarvoor hoef je niet te pelgrimeren in Spanje, het kan ook dichterbij
En ik kwam op de volgende gedachte: ‘Als ik God was, en ik zou merken dat André zich nog steeds zorgen maakt, of hem nog horen tobben of klagen, dan zou ik ‘em mooi een tijdje laten bungelen.’
NB - Wandelkiekjes vind je hier: dag 1, dag 2, dag 3, dag 4, dag 5.

Niemand zit te wachten op verandering. Ondertussen is verandering de enige constante in ons leven. Wat is dat toch, dat we het zo graag bij het oude willen houden? Waarom die weerstand en dat verzet tegen iets nieuws en wat anders? Heel eenvoudig, je weet wat je nu hebt maar je hebt geen idee van wat je krijgt.
En hoe beter je het hebt, des te lastiger is het om los te laten wat je verworven hebt. Sterker nog, hoe beter je het hebt, hoe steviger je dat vast wilt houden, het behouden - daar word je behoudend van. En daar komt nog bij, hoe ouder hoe minder bewegelijk, en niet alleen fysiek, ook mentaal.
Allemaal heel menselijk, en helemaal begrijpelijk – maar wat moet je ermee, wat nu? Simpel, de wereld verandert, en er zit weinig anders op dan mee te veranderen. Misschien is het een idee om verandering te zien als beweging. Dat klinkt al minder bedreigend: Kom in beweging.
Blijft de vraag: Waarom zou je bewegen? Omdat beweging iets goeds oplevert misschien? Daar heeft juist iedereen ervaring mee. Door je bewust te worden van wat beweging je ooit gebracht heeft, hoef je minder op te zien tegen een volgende nieuwe stap, de beweging die zich aandient, die nu van je wordt gevraagd.
‘Oh ja, toen heeft het me ook wat gebracht, iets waar ik niet op rekende. Ik vroeg er niet om, maar achteraf bleek het een zegen.’ Daar kan iedereen over meepraten. Wat is jouw voorbeeld? Welk bewegen bleek een zegen?

Anselm Grün komt aanrijden in zijn Golf. Hij is een Duitse monnik. Beroemd, pensioengerechtigd en rijdt zelf. Uit de achterklep haalt hij zijn habijt en trekt die aan over z’n gewone-mensenkloffie. De zonderling met slobberkleren en baard-van-een-paar-jaar verandert in een paar tellen in een opvallende verschijning. Iemand waar honderd man op zit te wachten. Om te horen over aansluiten op je innerlijke bron. Je krachtbron van binnen. De bodem in jezelf te vinden.
Hij vertelt een doorleefd verhaal. En zegt geen woord teveel. Zijn Duits is te begrijpen, door de eenvoud van zijn boodschap, en van zijn woorden. Gelukkig, hij heeft geen geluksrecepten. Hij is zijn boodschap: matig, blijmoedig, begripvol. Hij gelooft niet in illusies. Verzet zich niet tegen het leven. Erkent zijn gevoelens. Durft stil te staan bij zijn emoties, duwt ze niet weg - ze mogen er zijn. Benoemt wat er in hem leeft. Erkent wat er is. En daarom gelukkig. Op zijn tijd.
Na afloop vraag ik me af hoe ik zijn verhaal kan plaatsen in deze tijd. In mijn beleving een spannende tijd, waarin veel los komt. Ik zie hem nog met iemand en een kopje koffie staan en schiet hem nog even aan: ‘Nu alles minder zeker wordt, er minder structuur is, systemen onder druk staan, wat vast staat niet meer zo vast is, er zoveel verandering gaande is, en er zoveel in beweging komt, is het dan juist zaak om verder in onszelf te zakken, af te dalen naar wie we werkelijk zijn - onszelf op een diepere laag te leren kennen en daar onze zekerheid te vinden? Met pretoogjes kijkt hij me aan: ‘Das ist erforderlich.’
Erforderlich, mooi Duits woord. Het betekent meer dan nodig, het is noodzakelijk. Het is noodzakelijk om onze uiterlijke zekerheid te vervangen door innerlijke zekerheid.

‘Paul, er gaat iets niet goed,’ zeg ik tegen mijn huisarts. Meestal word ik al beter door ’s morgens om kwart over acht in zijn stille wachtkamer te zitten. Dit keer niet. Ik voel me niet lekker in m’n hoofd. Teveel aan m’n kop? M’n hersens teveel gepijnigd? Ik blijk een te hoge onderdruk te hebben. We hebben het erover. Hoe kom je daaraan? En ineens begrijp ik het. Ik ben mezelf onder druk aan het zetten. En niet zo’n beetje. Ik heb het alleen niet in de gaten. Ik verwacht veel van mezelf, teveel. En denk dat anderen dat ook doen. Het is kwart voor negen.
De druk loopt op
Om negen uur begint de wekelijkse vrijdagochtendbespreking op het partijbureau. Door de kabinetscrisis moet het verkiezingsprogramma –waar we nog maanden voor dachten te hebben – binnen de kortste keren klaar zijn. Het is mijn taak om, net als een kleine vier jaar eerder, de inleiding te schrijven. Rode draad, het grote geheel. Dat doe ik niet alleen, daar werk je met z’n allen aan. Alleen al omdat iedereen daar wel iets van vindt. Zo’n inleiding wordt dan ook vanzelf behoorlijk omvangrijk. Dus er is ‘een inleiding van de inleiding’ nodig. Overstijgend en overtuigend. Helemaal iets voor mij, vindt iedereen. Dat weet ik al een week. Maar het komt er niet uit. Ik kom er niet uit. Geen idee wat er in moet komen. Wat valt er nog meer te zeggen? Het moet die dag wel klaar zijn. De tijd dringt, de druk loopt op. ‘Alle ogen zijn gericht op Kwatta.’ Zo voel ik me. Niet goed.
De druk valt weg
‘Voor we beginnen wil ik graag wat zeggen. Ik heb net iets ontdekt. Over de inleiding van de inleiding, en over mezelf. Ik kan het niet alleen. Ik heb jullie nodig.’ Verbazing, ongeloof. Hoezo? Wat bedoel je? ‘Echt. Ik kan dit niet alleen. Ik heb jullie nodig.’ Verwarring. Begin van ergernis. Kom joh, dat kun jij toch? ‘Ik meen het. Ik kan het echt niet alleen. Ik heb jullie hulp nodig.’ Dan zeggen de twee jongsten - slimme jongens, aanstormend talent - ‘We helpen je.’ We gaan naar de kelder. Onder de kloostermoppen praten we ruim een uur. ‘Bedankt jongens, ik ben eruit.’ De stroom komt op gang en ’s middags mail ik een paar honderd woorden rond. Onmiddellijk reacties. Mail, sms, telefoon. Niet gebruikelijk. Oprechte complimenten. Al helemaal niet gebruikelijk, zeker niet in de politiek.
Niets meer aan doen
De volgende ochtend is de grote afrondende bijeenkomst met alle direct betrokkenen bij het programma. Als dagopening lees ik het stuk voor. Doodse stilte. ‘Amen’ zegt iemand op het eind. ‘Wat ze ook zeggen, niets meer aan doen’ zegt een mediakanjer naast me. Middenin het verhaal staat de sleutelzin, waar ik me pas echt van bewust van word als de krant die – min of meer verbaasd – aanhaalt: ‘Geen mens kan zonder de ander. We hebben elkaar nodig’.
Ik weet het niet
De feministes in de jaren zestig zeiden ‘het persoonlijke is politiek’. Of ze ook bedoelden dat de oplossing van een persoonlijk probleem de kern van een gezamenlijke kijk op de samenleving blijkt te zijn weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik het vaak niet weet. Meestal eigenlijk niet. En als ik dat durf te erkennen kom ik eruit. Andersom, als ik niet kan toegeven dat ik het niet weet dan heb ik een probleem. En ik niet alleen, mijn omgeving ook. Want dan lever ik niet waar anderen op wachten. En van mij verwachten, net als ikzelf. Maar ik hoef het niet alleen te doen. Dat denk ik maar. Niet goed voor m’n gezondheid. Dodelijke gedachte.
Laat gaan
Uiteindelijk hebben we het over ego. Want het is m’n ego dat mij, en mijn omgeving, wil doen geloven dat ik alles weet en niet om hulp hoef te vragen. M’n ego heeft me ver gebracht – in een programmacommissie!, columnist bij een tijdschrift! – maar het zit me net zo goed in de weg. ‘Ikke, ikke, ikke…’ Daarnaast de beelden die ik blijkbaar over mezelf en het leven heb: ik moet alles kunnen, en ik mag anderen niet lastig vallen. Hoe verzin je het? Wie zegt dat? Hoe kun je jezelf in de weg zitten? Domweg oude patronen, met de nadruk op dom. Niet meer nodig. Afscheid van nemen. Laten gaan. Al doet dat zeer. Want het is ‘ik’. Maar wel m’n kleine ‘ik’. Het is m’n grote ‘IK’ die kan zeggen: ‘Ik kan het niet alleen. Ik heb jullie nodig.’
Hoe overleef ik mijn werkdag?
1. Je hoeft het niet te weten. Kinderpsycholoog Martine Delfos noemt dat: ‘Weten dat je het niet weet’. Dat geeft tijd. Wat een rust. Je voelt de ontspanning. Het is oké om het niet te weten. En dat te weten. Zonder een oordeel over je niet-weten. Het moeten valt van je af: ik hoef het niet te weten. Niet van mezelf, en niet van een ander. Evenmin hoeft een ander het te weten. Wat een ruimte.
2. Je hoeft het niet alleen te doen. Niemand kan het alleen. Er zijn anderen. En daarvoor geldt hetzelfde: die kunnen het ook niet alleen. Dat betekent dat je alleen verder komt als je het samen doet. Je kunt dat opvatten als op elkaar aangewezen zijn. Je kunt ook zeggen: je hebt de ander nodig, zoals de ander jou nodig heeft. We kunnen niet zonder elkaar. Durf de ander om hulp te vragen. En laat je verrassen door de hulptroepen die klaar staan. Tenminste, als je durft te erkennen dat je anderen nodig hebt.