Heel soms heb ik dat – dat ik me verbonden voel met alles en iedereen. De eerste keer was hoog in de bergen. Ik kom met de lift aan op een hoge bergkam en kijk om me heen. Voel me rustig en tevreden. Ontspannen. Voor het eerst heb ik het gevoel dat ík bepaal waar mijn skies naar toe gaan. Niet meer zo onhandig, niet meer zo bang. Dan dringt een wonderlijk gevoel tot me door. Ik voel mezelf daar staan, boven in de sneeuw. Maar ook op de bergtop aan de overkant. Op alle bergen om me heen – ik bén die bergen. Ik ben alles en overal. Dat is gek. Het zal de hoogte wel zijn, denk ik en ski naar beneden, harder dan ooit.
Een paar jaar later gebeurt het me weer. Nu op een zaterdagochtend in de supermarkt. Ik sta in de rij voor de kassa. Twaalf kassa’s open, en nog vijf volle winkelwagens voor me. M’n kinderen gebruiken de kassahekjes als klimrek. Ik sta daar en kan niets anders doen dan me er aan overgeven, en wachten. Wat een rust eigenlijk. Even niets, helemaal niets. Eigenlijk heerlijk na een veel te drukke week in een veel te druk leven. Ik wacht en kijk wat rond. Naar al die andere wachtende mensen, met al hun boodschappen. Ik kijk er naar, er langs, er over. En dan gebeurt er iets geks. Ik ben ineens overal in de winkel. In mijn eigen rij, in de andere rij. Ik voel me een worden met al die rijen. Een en hetzelfde. Aangesloten op iets wat boven die al die winkelwagens hangt, opgenomen in iets veel groters. Een groter geheel. Even voel ik me samen, verbonden met alles en iedereen.
Ondertussen staat bij mijn kassa een haveloze oude man de rij op te houden. Hij heeft niet genoeg geld bij zich. Het kassameisje is geduldig maar beslist: als hij niet alles kan betalen moet hij boodschappen terugleggen. Maar de man kan niet kiezen, hij heeft alles nodig. Het duurt nu al minutenlang. Iedereen staat erbij, en kijkt ernaar. Ik voel een combinatie van irritatie en gêne opkomen. En ik doe niets. Dan vraagt de man voor me, type sportschoolhouder met gouden ketting, aan de kassière hoeveel de oude man tekort komt – en past het cash bij. Iedereen haalt opgelucht adem. En daar sta ik dan, met al mijn verbondenheid met alles en iedereen. Nu nog iets mee doen…
(Dit verhaaltje is al zeven jaar oud, het staat ook in Zin! - het is een belevenis van nog veel langer geleden, en nog even actueel)

Laatst zag ik ze weer staan
Vullen ze elkaar aan, of
doen ze elkaar tekort?
Kom er maar eens uit -
er is geen waarheid…

We komen de berg afgelopen. Vanuit het bos door de alpenwei. Herkauwende koeien om ons heen. We dalen af naar het dorp. Over het pad hangt een metalen draad. Om de koeien boven te houden.
Per ongeluk raakt hij de draad aan. Je ziet z’n hele lijf schrikken. De schrik staat op z’n gezicht. Maar er staat geen stroom op de draad. Het is gewoon ijzerdraad, geen schrikdraad. Hij dacht: Een schok! En hij schrok.
Ooit raakte hij schrikdraad aan en kreeg een heftige schok. ‘Ook al is er nu geen schok, ik voel wel de schrik in mijn lijf. Ik verwachtte een schok, en ik voelde een schok.’ Z’n verwachtingen houden z’n schrik levend.

Jezelf tegenkomen schijnt nogal heftig te zijn. Niet iets waar je op zit te wachten. Toch gebeurt het. Iedereen. Elke dag. En zeker ondernemende mensen. Want ondernemen doe je zelf. Niemand anders.
Ondernemende mensen zoeken contact. Ze stappen de wereld in en zeggen: hier ben ik, en dit wil ik. Voor jezelf beginnen betekent een ander ontmoeten. En in die ontmoeting kom je jezelf tegen.
Want de wereld zegt iets terug, of juist niet. En dan ligt de bal bij jou. Dan begint het spel. Dan komt het er op aan. Dan word je door de mensen om je heen uitgedaagd. Om jezelf te zijn. Dat is wat ik ervan leer.
De grootste uitdaging in dit leven is niet om het beter te doen dan anderen. Om te winnen. Het leven is geen wedstrijd. Er is maar een tegenstander, en dat ben je zelf. Jij en je eigen gedoe: ‘Ik zelf’ - een hele taaie…
Je eigen gedoe is wat je tegenkomt als je gaat ondernemen. Er is geen betere en geen snellere route naar zelfkennis dan voor jezelf beginnen. Effectief en efficiënt. Want de wereld houdt je gratis een spiegel voor.
En als je daar in durft te kijken, alles onder ogen wilt zien, ligt er een grote beloning voor je klaar. Jij zelf. Niet degene die je denkt dat je bent. Nee, degene die je werkelijk bent. In wezen. Diep van binnen.
Gesproken column bij PermanentBeta, 3 december 2012

Wanneer je je dromen najaagt kom je jezelf tegen. Het meest enge èn het meest gave wat je kan gebeuren. Kom je jezelf niet tegen, dan was het niet je ultieme droom – doe je dat wel, dan krijg je een extra opbrengst waar je niet om vroeg.
Die extra opbrengst is wat het leven zo bijzonder maakt, het aanboren van je ongebruikte potentieel. Je vermoedt die potentie, daar droom je van, en je bent er bang voor - je ziet ziet het bij anderen en je bent er jaloers op.
Je verveelt je en gaat anderen vervelen, je ergert je en je wordt een ergernis voor anderen - tot je gaat doen wat goed voelt: je zelf zijn en voluit leven. Je boort een kracht aan waarnaar je verlangde, en waar je bang voor was.
Soms is het nodig om ver van huis te gaan. Weg uit het comfortabele leventje. Weg van de 13e maand, de bonus en de leasebak. Achter je laten wat je hebt opgebouwd. Omdat je wel voelt: hier ga ik mezelf niet tegenkomen.
Er is niets waar we zo naar verlangen als ons zelf. En gek genoeg zien we de ander er vaak voor aan. De ander, die ons leven compleet gaat maken. En waar je vervolgens afhankelijk van wordt. En aan gaat ergeren. Je dood ergeren.
Soms moet je die ander helemaal zat worden voor je gaat begrijpen dat je niet die ander zoekt maar jezelf. En dat je geen aandacht van die ander wilt, maar van jezelf. ‘Luister naar me! Begrijp me dan… Allemaal noodkreten – van jezelf, jouw zelf.
Via die ergerlijke ander kom je bij terecht bij zichzelf. Samen iets engs ondernemen kan dat proces versterken en versnellen. Als je zoiets aangaat kun je je niet meer verstoppen. Alles komt boven.
Vooral waar je er geen zin meer in hebt. Het is onontkoombaar. En daar sta je dan. Naakt. Met al je twijfels. En kwetsbaarheid. En boosheid. En woede. En vooral machteloosheid.
En als dat allemaal tevoorschijn is gekomen, en je zelf het gevoel hebt dat er niets meer over is, dan gebeurt er iets bijzonders. In dat niets voel je iets waar je al die tijd naar verlangt hebt, en niet kon vinden. Je zelf, je eigenste zelf.
Dan ben je thuis. Thuis bij jezelf.
Deel van de lofrede op Hans en Nel van De Berghut, uitgesproken bij de lancering van hun boek Het Geheim van de Berghut op 21 november 2012.

Vier jaar na het verschijnen van VRIJ! Leef je eigen leven is het zover. Het boek VRIJ! is zelf vrij. Vrij van banden die binden. Vrij om te gaan en vrij om zich te verspreiden.
VRIJ! begint een tweede leven. Eigenlijk een nieuw leven. VRIJ! is vier jaar en loopt nu zelf. Staat op eigen benen. Want de uitgeefovereenkomst is beëindigd. En dat ga je merken.
Je kunt VRIJ! nu GRATIS downloaden en lezen op je scherm (klik hier voor de pdf). Net als Zin! Leidinggeven aan jezelf en anderen. Dat is inmiddels duizenden keren binnengehaald en gedeeld. En nu komt VRIJ! erbij.
VRIJ! Leef je eigen leven gaat over het nut van crisis, en transformatie als de opbrengst daarvan. Het leven gaat bergop en bergaf. Die weg omhoog en omlaag zit ook in dit boek. Het begint op een top en gaat naar een dal. Om van daaruit naar een volgende, hogere top te klimmen. Dat is ontwikkeling, dat is vooruitgang. Dat heet transformatie. Soms is daar een crisis voor nodig. Waar je beter uit kunt komen.
VRIJ! Leef je eigen leven is een zoektocht naar vrijheid in het dagelijks leven. Het is persoonlijk en openhartig. Grote vrolijkheid en diepe ellende wisselen elkaar af. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar. Geschreven met humor en de nodige zelfspot. Voel je vrij om in te stappen waar jij wilt: het is jouw boek.
‘Beter nog dan het vorige boek. De schrijver had er duidelijk zin in. Het spelplezier spat van de pagina’s af. Een bevrijdend boek. Zinnig, en nergens zwaarwichtig.’ – Harry Starren, algemeen directeur de Baak, Management Centrum VNO-NCW
‘Zelden iets gezien dat zo overtuigend het hart van het leraarschap raakt. De tekst blijft boeien door de hoogst alerte en analytische geest van de auteur die eindeloos veel uitdagingen blijkt te kunnen vinden om zijn opdracht te vervullen: trachten het gewone leven te begrijpen.’ – Prof. Luc Stevens, hoogleraar orthopedagogiek, directeur NIVOZ, denktank voor onderwijs

Het zou wat zijn als elke notitie aan de minister…
voortaan wordt afgesloten met de zinsnede:
‘Echter, als u in mijn hart kijkt…’
Een gesproken column bij Reuring!Café,
maandelijkse netwerkbijeenkomst van ambtenaren -
over luisteren naar je hart, en je kop gebruiken…
bezieling is zo dichtbij

Ken je dat… Is er nou echt een belemmering?
Of zie je alleen maar de schaduw van een belemmering?
Een schaduw uit het verleden, toen je iets niet mocht of niet kon?
Een belemmering die niet meer bestaat, behalve in je eigen gevoel?
Maar die je nu wel parten speelt, want je ziet zomaar een hek?
Terwijl dat hek niet voor je, maar (allang) achter je staat?
Het is alleen maar de schaduw van een hek…

De meester en de juf geven de hele dag door beoordelingen. Maar ze zeggen niet tegen de kinderen: ‘Jij bent goed, en jij bent fout.’ Want dat is geen beoordeling maar een oordeel. Toch doen we dat de hele dag door. De meester en de juf trouwens ook – in de lerarenkamer. Daar vinden ze van alles van elkaar. Net als de kinderen op het schoolplein: ‘Ik vind jou lief,’ of ‘Ik vind jou stom!’
Je ego heb je nodig om iets voor elkaar te krijgen. En ongemerkt speel je egospelletjes. Om overeind te blijven, je uit te drukken, jezelf te laten zien, en je te laten gelden. Dagwerk, en ’s nachts gaat het in je dromen door. Alles wat je vindt van jezelf, en alles wat je moet van jezelf. En alles wat je vindt van anderen, en alles wat anderen moeten van jou. Wat een drukte, en wat een gedoe. Jezelf groothouden, de boel ophouden. Keeping up appearances.
Zes egospelletjes
Egospelletjes zijn bekend en herkenbaar.
1. Ik ben de baas (en jij dus niet)
2. Ik heb gelijk (en jij hebt ongelijk)
3. Ik ben goed (en bent jij slecht)
4. Het is de schuld van de ander
5. Ik heb het echt niet gedaan
6. Ik heb het wel goed gedaan
> Welke zijn op jou van toepassing?
Van een afstandje gezien vaak bijzonder grappig. Alleen kunnen we er meestal niet om lachen. Wordt het een soap vol pijn en venijn. Terwijl je je dagelijks leven ook als komedie kunt beleven. Door eens om jezelf te lachen. Waar je nu weer in beland bent. Hoe ver je het nu weer hebt laten komen. Door je ego.
Lachûh om je ègûh.
Kijk ‘s avonds je eigen gedoe op de dag eens terug. En vooral de verwarring, de ongemakken, de verwijten, de ruzies. Allemaal bedoeld als bescherming en verdediging. En stel je daar dan bulderend publieksgelach bij voor. Alsof je in een hilarische cabaretvoorstelling zit.
Bij het groothouden en de boel ophouden bedient je ego zich van oordelen. Met oordelen is op zich niets mis. We hebben oordeelsvermogen nodig om te kunnen leven. Je komt je dag niet door zonder allerlei afwegingen te maken en beslissingen te nemen. Allemaal gebaseerd op oordelen.
Maar er is een wezenlijk verschil tussen beoordelen en waardeoordelen. Droge beoordelingen zorgen voor praktische onderscheiding. Waardeoordelen scheppen afscheiding. Het begint als onderscheiding: ik ben iemand anders dan jij. En dat kan zomaar eindigen als afscheiding: ik ben zo anders dan jij dat ik niets meer met jou te maken wil hebben. Terwijl je een relatie hebt of samenwerkt, en waarschijnlijk veel van elkaar weg hebt.
(Wordt vervolgd)
Verschenen op hetkind.org

Ik geloof het niet meer. Ik geloof niet meer wat mensen zeggen. Ook niet wat ik zelf zeg. Ik hoor zoveel onzin. Ook van mezelf. Mooie verhalen, kletsverhalen. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Goed!’ En nog erger: ‘Alles goed?!’ ‘Ja!’ Kan niet waar zijn!
Waarom willen we elkaar zo graag laten geloven dat het goed gaat? En niet alleen de ander, om te beginnen onszelf. Waarom wil ik mezelf iets wijsmaken? Omdat ik denk dat ik het niet aan kan wanneer ik toegeef (daar gaat ie al!) dat er iets niet goed gaat. Want dan doe ik iets niet goed. Sterker nog, dan ben ik niet goed. Schaamte. Daarom moet ik het goed doen. Ik mag geen fouten maken. En als er iets niet goed gaat, denk ik ook nog dat ik het allemaal moet oplossen. Mijn eigen problemen, en andermans problemen. Want het is mijn schuld. Het komt allemaal door mij. Magisch denken, als een kind. En zeker in werksituaties kom ik daar zo maar in terecht. Pure regressie… En ik ben niet de enige.
Welke mensen vinden we wijs? Mensen die uitgewogen zijn, in balans, begripvol, niet oordelend, toegankelijk, relativerend. Hoe komt het dat ze zo zijn? Ze zijn het geworden. Meestal door levenservaring. Wijze mensen hebben wat meegemaakt. Het leven aan den lijve ondervonden. Wijsheid ontstaat door levenservaring. Door te erkennen, al of niet noodgedwongen, dat het leven geen lolletje is. Want het leven is niet leuk… Het leven kan mooi zijn. En rijk. Maar leuk? Wie heeft ons toch ooit verteld dat het leven leuk zou zijn? Waar staat dat? ‘Leuk’ is toch veel te plat voor zoiets bijzonders als het leven? Al kom je daar meestal pas achter als je echt iets hebt meegemaakt. Ontslag, scheiding. Geboorte, ziekte, overlijden. Tegenslag en verlies – wat je juist dankbaar kan maken voor het leven.
Ontkennen van tegenslag – beter, het ontkennen van de werkelijkheid, waar tegenslag onlosmakelijk aan verbonden is – is een garantie om onwijs te blijven. Blijven hangen in weerstand kost heel veel energie en levert evenmin wijsheid op. Je overleeft. Maar… of je leeft? Eigenlijk vecht je tegen het leven. En tegelijkertijd, niets is zo lastig als je voluit overgeven aan het leven. En gek genoeg begint voluit leven met de erkenning dat je op een dag oud bent, ziek wordt, en dood gaat. En dat laatste soms al voor je oud bent. En dat geldt ook voor iedereen om je heen. Iedereen wordt oud, ziek en gaat dood.
Als je die werkelijkheid van het verval onder ogen kunt zien, misschien beter: durft, te zien, is het makkelijker om te zeggen hoe het is. Hoe het echt met je gaat. Vertellen waar je mee zit. Van binnen. Niet de klaagverhalen. Niet het leunen en steunen. Nee, je werkelijke zorgen. Niets is zo lastig als zeggen: ‘Ik zit ergens mee.’ We hebben blijkbaar geleerd dat we het allemaal zelf moeten kunnen, onze eigen zaakjes oplossen. Een ander daar niet mee lastig vallen. Zo lopen we onszelf groot te houden, en ons succesverhaal overeind te houden. Om onszelf vooral maar niet te laten kennen. Letterlijk. Met mij alles goed! Met mij niets aan de hand!
Terwijl het precies andersom blijkt te zijn. Als je oprecht zegt: ‘Ik zit ergens mee. Ik weet het even niet. Wil je me helpen?’ staan de hulptroepen meestal klaar. De meeste mensen willen elkaar helpen. Sterker nog, een ander helpen doet goed. Je voelt je er goed door. En het doet de relatie goed. Als je ooit een ander hielp en zelf geholpen bent op een moment dat je het echt niet meer wist, dan heugt je dat. Dat blijft je bij, dat draag je met je mee. Je hebt samen iets meegemaakt. Het echte leven. Waarin je je niet groot hoeft te houden. En ophoudt met iets ophouden.