Otto Scharmer was in het land. In Amsterdam, te gast bij de Iona Stichting. Samen met Arthur Zajonc, natuurkundige en nog veel meer. Scharmer is Duitser van geboorte, zat op de Vrije School in Hamburg, en is nu wetenschapper bij het MIT in Boston. Hij is een kameraad van Peter Senge en Joe Jaworski. Zij zijn de lui van Presence, het werkelijk aanwezig zijn in het hier en nu en aansluiten op iets groters dat tevoorschijn wil komen: de Bron (Source). De een nog slimmer en wijzer dan de ander. Moderne zieners.
Scharmer brengt zijn Theory U aan de man. Nu ook in het Nederlands vertaald, vandaar het feestje in de Rode Hoed. Zijn verhaal is dat je de toekomst die zich aandient kunt waarnemen – en ook binnen kunt stappen – als je in staat bent met een Open Geest, een Open Hart en een Open Wil in het leven te staan. Wat je daarbij belemmert zijn je eigen oordelen, cynisme en angst (Voices of Judgment, Cynicism, Fear). Loslaten is dan waar het om draait. Zo dat zijn heel wat Grote Woorden bij elkaar. Makkelijk gezegd, nu nog doen.
Bij het weggaan liep ik tegen Herr Doctor Scharmer zelf aan. Ik vroeg hem: ‘Wat is het belangrijkste dat we hebben los te laten?’ Met dat grappige Duitse accent antwoordde hij, na enig denken (terwijl hij zijn ene arm in een mouw van zijn jas stak, daarna de andere) ‘Ego… and old habits - vat do you zink?’ (okee, ik overdrijf dat accent).
Ik antwoordde dat ik het van harte met hem eens was: oude structuren – gestold, verstard, verhard – in mezelf, in onszelf, in de maatschappij, zeg maar de samengevatte geschiedenis – persoonlijk en maatschappelijk – belemmert mij, ons om de volgende stap te maken – naar openheid, eerlijkheid, duurzaamheid, naar leven in vrijheid en liefde, mij wel in elk geval (dat zei ik niet allemaal hoor, dat bedenk ik nu).
Onze geschiedenis, inclusief onze persoonlijkheid (dat samenstel van onze verdedigingsmechanismen en overlevingsstrategieën) belemmert ons om de toekomst in te stappen. Want een volgende stap betekent altijd: loslaten. En je weet wat je hebt en je weet niet wat je krijgt. Daarom helpt een crisis: je moet wel, het maakt niet meer uit. Wat je dacht te hebben wordt je uit handen geslagen, oude gewoonten werken niet meer. Kun je dus maar beter me stoppen. Kap nâh!
En ja, dat ego houdt het bij elkaar. Taaie rakker hoor, dat ego… Tenminste, bij mij wel. Uiteindelijk is het natuurlijk angst: angst voor het onbekende. Ook de angst om teleurgesteld te raken, angst om afgewezen te worden, angst om uitgelachen te worden. Moed is nodig. De moed om in vrijheid te leven. En de moed om lief te hebben. Om te beginnen jezelf, dan de ander.
‘Moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land,’ zong mijn oma vroeger.
“Tell me the weight of a snowflake,” a coal-mouse asked a wild dove.
“Nothing more than nothing,” the dove answered.
“In that case I must tell you a marvelous story,” the coalmouse said.
“I sat on a branch of a fir, close to its trunk, when it began to snow-not heavily, not in a raging blizzard-no, just like in a dream, without any violence. Since I didn’t have anything better to do, I counted the snowflakes settling on the twigs and needles of my branch. Their number was exactly 3,471,952. When the 3,741,953rd dropped onto the branch-nothing more than nothing, as you say-the branch broke off.”
Having said that, the coal-mouse flew away.
The dove, since Noah’s time an authority on that matter, thought about the story for a while, and finally said to herself, “Perhaps there is only one person’s voice lacking for peace to come to the world.”
[Bron: Synchronicity, The Inner Path of Leadership, Joseph Jaworski and Betty S. Flowers]
November 1988 stond ik bij de Berlijnse Muur. Het was er donker en stil. Er ging een telefoon over, traag gerinkel. Als iemand me toen gezegd had: ‘Over een jaar staan hier mensen op te dansen,’ had ik het niet geloofd.
Een jaar later, 9 november 1989. Er stonden mensen op de muur. Uitgelaten, opgetogen. Het was voorbij. Genoeg mensen hadden er genoeg van. Genoeg kritische massa. Ik geloof daar wel in.
Waar heb jij genoeg van? Als er genoeg anderen zijn die er ook genoeg van hebben kan het voorbij zijn. Zomaar. En misschien ben jij wel die ene die nog nodig is.
En de tijd genomen om naar binnen te gaan. Op een rij gezet wat ik wel en niet meer wil. Het verschil tussen Hoe Het Hoort en Wat Werkelijk Wil. Ook ambitieus. Kwam mezelf tegen. En anderen.
Blijft je leven stromen, of verstijf je en verstar je? En hoe je uit zelfbescherming jezelf en de rest van de wereld voor de gek kunt houden - of probeert te houden. Wordt vervolgd.
‘Zelfbedrog is het immuunsysteem van de psyche.’ (Theo Maassen, Zonder pardon, 2009)
Onze kinderen Camiel, Wrister en Quinten hebben de kerstvakantie gebruikt om met hun band All Missing Pieces nummers voor hun nieuwe album op te nemen. Die CD verschijnt dit voorjaar.
Hun vierde single is net uit: Infinity. Over niets minder dan oneindigheid. Noem ik ook ambitie. Met een clip, het bekijken meer dan waard. Vind ik. Kijken maar. En downloaden maar.
De vrouw zit in de zon op een bank aan de Hofvijver. Ze leest aandachtig in een dik boek. Het hondje drentelt voor haar voeten. Ik wens haar gelukkig nieuwjaar. ‘Ik wens u ook een zeer gezegend nieuw jaar toe’ antwoordt ze - gedragen en met een zuidelijke tongval. Ze doet het boek dicht en sluit haar ogen. Catechismus staat op de cover.
De zon verdwijnt achter het Buitenhof. De vrouw doet het boek in haar rugzakje en vertrekt. Even later staat ze iets verderop in de laatste zonnestralen - rechtop en met gesloten ogen . Vanaf het Plein nadert langzaam een jonge man. Hij heeft een beker koffie in zijn hand. Met zijn andere hand houdt hij de lage zon uit zijn ogen. Ik maak een foto.
Soms zie ik iets bewegen. Met m’n mobieltje leg ik dat vast. Het gaat mij om het beeld, het geluid hoeft er niet bij. Daarom zijn deze filmpjes stil. Stille beweging. s t i l l e f i l m p j e s
En sinds afgelopen zomer zijn er K I K K E K I E K J E S. Soms zie ik iets dat ik vast wil houden. Dan pak ik ook m’n mobieltje en probeer ik een foto te maken van wat ik denk te zien.
Groot was God dien middag en goedertieren. Door onze oogen kwam Zijn wereld naar binnen en leefde in onze hoofden. En onze gedachten gingen woordeloos uit over de wereld, ver over den gezichtseinder gingen zij. En zoo vloeiden de wereld en wij beurtelings in elkaar over. Bekker zei datti z’n hart voelde uitzetten en toen ik m’n oogen dicht deed, was ’t of m’n hoofd vol goud licht en blauw water was en wonderlijke rillingen gingen door m’n ruggemerg. Ik voelde daar de wereld die om mij lag.